Goed. Ondertussen heb ik weer een hele weg afgelegd die ik heb te beschrijven.
Bij de Dalai Lama ben ik vorige keer geëindigd. Neen, ik heb hem geen drie verjaardagskussen op zijn wangen gesmakt, wel heb ik Zijne Heiligheid van dichtbij kunnen zien. Meer dan 1 voormiddag heb ik het echter niet volgehouden op de lezingen (het ging om een analyse van een tekst, voor de vergevorderden dus), maar dat was voldoende om de gemoedelijke sfeer te proeven. Ik moet jullie teleurstellen: ik ben er geen beter mens door geworden, maar het was zeker en vast de moeite dit eens van nabij te beleven! Verder heb ik de week uitgeluierd in McLeodGanj in mijn favoriete guest house: luisteren naar het hypnotiserende ritme van de drums van onze gastheer, (proberen) meezingen met de gouden stem (en gitaarkunsten) van muzikante Lia, een New Yorkse met Spaanse en Belgische roots die in de kamer naast me logeerde. En vervolgens dansen in de 'vrouwenkamer' op een lokaal trouwfeest (eindelijk werd ik uitgenodigd op een Indisch trouwfeest, het is zowat een must als toerist hier!). Gezellig!
De laatste etappe van deze reis verdiende geen bolletjestrui (epo had anders wel geholpen), maar ging richting Ladakh, een regio in het uiterste noorden, grenzend aan China en Tibet, en met Tibetaanse invloeden in cultuur en natuur. Ladakh was de voornaamste reden van mijn komst naar India! En dus begon ik met veel enthousiasme aan de heenreis: een tweedaagse bustocht door de Himalaya waarbij drie hoge passen worden overgestoken (om u nog wat cijfers te geven: 3978m, 5060m en 5328m, eerste dag 17 uur in bus, tweede dag 12 uur, astemblieft!). Er wordt overnacht in tenten op een ijskoud hoogplateau. Ik was zo betoverd door de meest prachtige en onherbergzame landschappen die ik ooit gezien heb, dat ik vergat ziek te worden van de hoogte (in tegenstelling tot de andere buspassagiers...). Zelfs de eerste twee dagen in Leh (hoofdstad van Ladakh, op 3500 meter, hoog en droog dus) voelde ik me kiplekker en rende de berg op om 'Leh Palace' te bezoeken (vergelijkbaar met de hoofdzetel van het Tibetaanse boedhisme, Potala Palace, in Lhasa, maar wat kleiner) en een andere berg om mee te vieren op een festival in een boedhistisch klooster (kleurrijke maskerdansen, monniken met hippe zonnebrillen en tattoes (foto 2) die de lokale meisjes versieren, serieuze monniken die vreemde instrumenten bespelen, ik heb mijn ogen uitgekeken!). En ik besteedde ook veel aandacht aan het nemen van een beslissing of ik al dan niet zou terug keren naar België op 31 juli (surprise: deze mail werd geschreven op een hoogte van ongeveer 6 meter boven zeeniveau, in Borgerhout). De dagen daarna ging het fysiek echter wat minder. Eerst dacht ik dat de hoogtegoden toch hadden toegeslaan, maar het bleek uiteindelijk toch een kriebelbeestje in de buik te zijn. Enfin; dit heb ik allemaal maar pas ontdekt tijdens en na een andere (en laatste) prachtige tocht naar het noordelijkste noorden van het noordelijkste noorden: Nubra Valley. Ik heb geen superlatieven meer over, het is daar adembenemend. Bruingrijze bergen en hoge rostwanden, af en toe onderbroken door witte stippen die haast onbereikbare kloosters blijken te zijn. Diepe valleien bezaaid met groene, gele en paarse (lavendel) velden. Bergdorpjes versneden door irrigatiekanaaltjes met kristalhelder gletsjerwater. Het is maw zowat een mengeling tussen de Atlas, de Grand Canyon, en de Kalmthoutse Heide: heb je 't plaatje?! (Neen? Zie foto 3 en4) En een charmante bevolking met ongehoorde culinaire talenten. De zuidelijke kant van de vallei is bekend om de zandduinen, en uiteraard kunnen kamelen dan niet missen (wie weet hoe lang die arme beestjes hebben moeten wennen aan de hoogte toen ze hen naar daar hebben getransporteerd vanuit het lagere zuiden van India). Een tochtje daarop kan al helemaal niet missen (foto 5); best wel comfortabel met steun voor én achter! Ondanks het ziek zijn, ben ik blij dat ik de tocht naar Nubra Valley nog gemaakt heb. Terug in Leh heb ik dan toch maar eens het lokale ziekenhuisje van dichtbij bezocht. Ik weet nu nog steeds niet wat ik had maar na een dubbele dosis antibiotica was het over en was ik terug een 'happy traveller'! (het kan trouwens steeds erger: de jongen voor mij, een Israelier, met wie ik samen in het al niet te ruime dokterslokaaltje moest, bleek malaria te hebben...).
Uiteindelijk maar vliegtuig terug genomen van Leh naar Delhi (terug over de Himalaya, de zichten van bovenuit zijn natuurlijk ook adembenemend), zodat ik nog drie dagen in Delhi had om wat praktische zaken te regelen en een uitstap te maken naar Agra, waar kersvers wereldwonder Taj Mahal is gelegen. Omdat ik nog eens gebruik wilde maken van mijn Servas-lijst met gastenfamilies, contacteerde ik een lokale familie die me wel fijn leek. Dat was dan op papier, want in de praktijk viel het een beetje veel tegen. Maar ik heb de Taj gezien om 6 uur 's morgens, en het was prachtig (en op dat vroege uur al onooglijk warm maar gelukkig niet te druk). Teruggekomen naar Delhi met de trein en het laatste half uur met de voetjes bengelend uit de treindeur gezeten om de laatste indrukken van India stevig te kunnen opsnuiven. Zulke kleine dingen maken reizen de moeite waard...
Foto's zal ik zeker en vast kunnen tonen van de eerste helft van de reis. Van de tweede helft hangt er van af of superfotowinkel Grobet iets kan maken van de onontloken pareltjes uit mijn plastieken 10 euro-cameraatje! U komt ze maar eens bekijken en dan ziekuwallemaalgauw!
Fotootjes afgesnoept van medereizigers met 'moderne' camera's:

Foto1: Tataïsme aan een tentenkamp op de bustocht Manali-Leh
Foto 2: Hippe monnik geeft ons uitleg in Diskit-monastery (Nubra Valley)
Foto 3: French CanCan op grote hoogte (Nubra Valley)
Foto 4: GROOTS!
Foto 5: In Nubra Valley tussen de kamelen, zat AliBaba...


